Voeding & Dieet

Broccoli en spinazie kunnen je bloedverdunners verstoren

· 5 min leestijd

Je kookt een gezonde maaltijd met spinazie, broccoli en boerenkool en denkt dat je alles goed doet. Voor de meeste mensen klopt dat ook. Maar voor de ruim 400.000 Nederlanders die bloedverdunners slikken, kan diezelfde gezonde groenteschaal de werking van hun medicijnen ondermijnen. Niet omdat groenten slecht zijn, maar omdat ze vaak veel vitamine K bevatten, precies de stof waar bepaalde bloedverdunners op inspelen.

Het gaat hier specifiek om vitamine K-antagonisten zoals acenocoumarol en fenprocoumon, medicijnen die via de trombosedienst worden gecontroleerd. Nieuwere bloedverdunners zoals apixaban of rivaroxaban werken via een ander mechanisme en hebben veel minder last van deze interactie. Wie niet zeker weet welk type hij of zij gebruikt, kan dat gewoon navragen bij de apotheek.

Wat vitamine K eigenlijk doet in je bloed

Vitamine K is nodig om stollingsfactoren aan te maken, de eiwitten die ervoor zorgen dat een wondje dichtgaat. Acenocoumarol en fenprocoumon remmen precies dat proces, zodat het bloed dunner blijft en het risico op een trombose of longembolie daalt. Eet je opeens veel meer vitamine K dan normaal, dan maakt je lichaam meer stollingsfactoren aan en werkt de bloedverdunner minder goed. Eet je juist veel minder, dan kan het tegenovergestelde gebeuren en wordt je bloed te dun.

Volgens apotheek.nl is dat precies waarom de trombosedienst je INR-waarde, een maat voor de stolling van je bloed, regelmatig laat controleren. Grote schommelingen in je vitamine K-inname zijn een van de meest voorkomende verklaringen voor een afwijkende uitslag.

Bij de trombosedienst noemen ze dit soms 'de spinaziepatiënt', iemand van wie de INR-waarde ineens flink afwijkt na een paar weken extra gezond eten. Vaak blijkt dan dat iemand net was begonnen met dagelijks een groene smoothie of een salade met veel rucola en boerenkool, met de beste bedoelingen, maar zonder te weten dat dat de bloedstolling beïnvloedt.

Deze producten bevatten de meeste vitamine K

De hoogste concentraties zitten in donkergroene bladgroenten en kruiden. Denk aan:

  • Boerenkool en spinazie
  • Broccoli en spruitjes
  • Snijbiet en andijvie
  • Peterselie en basilicum, ook in kleine hoeveelheden al fors
  • Bepaalde plantaardige oliën, zoals sojaolie en koolzaadolie

Een handje gehakte peterselie over je pasta lijkt onschuldig, maar kan meer vitamine K bevatten dan een volledig bord spinazie. Dat maakt kruiden vaak de stille boosdoener, terwijl mensen juist extra op hun spinazie letten.

Waarom stoppen niet de oplossing is

De meest gemaakte fout is groenten met vitamine K helemaal schrappen uit angst voor problemen. Dat werkt averechts. De trombosedienst stelt je dosering namelijk af op je gebruikelijke eetpatroon. Eet je normaal drie keer per week spinazie en stop je daar plotseling mee, dan verandert je INR-waarde alsnog, alleen nu de andere kant op.

Het Voedingscentrum adviseert daarom niet te minderen of te stoppen met vitamine K-rijke producten, maar juist een constant patroon aan te houden. Consistentie is belangrijker dan vermijden. Eet je vandaag een grote schaal boerenkool, probeer dat dan de komende weken ongeveer net zo vaak te blijven doen in plaats van het een paar weken helemaal te laten staan.

Dat sluit ook aan bij de nieuwe Schijf van Vijf, die net als de trombosedienst inzet op een herkenbaar en herhaalbaar eetpatroon in plaats van dagelijks wisselende extremen.

Wat wel en niet slim is om te doen

Een paar concrete vuistregels die de meeste apothekers en trombosediensten hanteren:

  • Grote, plotselinge veranderingen in je groente-inname zijn het probleem, niet de groente zelf.
  • Voedingssupplementen met vitamine K, of multivitamines die het bevatten, overleg je altijd eerst met je arts of apotheker.
  • Cranberrysap en overmatig alcoholgebruik kunnen de werking van bloedverdunners juist versterken, dus ook dat is iets om in de gaten te houden.
  • Voel je je bij twijfel onzeker over een nieuw dieet, zoals plotseling veel meer groenten of een sapkuur, meld dat dan bij je trombosedienst voordat je begint.

Dat laatste geldt ook voor mensen die om andere redenen hun voedingspatroon aanpassen. Iemand die bijvoorbeeld meer aandacht besteedt aan voldoende omega 3 via vette vis en lijnzaad hoeft zich geen zorgen te maken, maar wie tegelijk fors meer bladgroenten gaat eten, doet er goed aan dat te melden.

Waarom dit vaker misgaat dan je zou denken

Het probleem is niet dat mensen niets weten over bloedverdunners, het probleem is dat de meeste voorlichting bij het starten van de medicatie gaat, en niet bij elk keukenmoment daarna. Iemand die net op acenocoumarol is gezet, krijgt doorgaans wel te horen dat groenten een rol spelen, maar maanden of jaren later, als de trombosedienstcontroles minder frequent zijn geworden, verdwijnt die kennis vaak naar de achtergrond. Precies dan slaat iemand aan het intermitterend vasten, begint aan een detoxweek met veel groene sappen, of gaat over op een vegetarisch dieet zonder daar de trombosedienst bij te betrekken.

Dat is meteen waarom dit onderwerp zo weinig aandacht krijgt terwijl het zoveel mensen raakt. Vitamine K-antagonisten zijn nog altijd de meest voorgeschreven bloedverdunners in Nederland, juist omdat de effectiviteit goed te controleren is via de INR-waarde. Die controleerbaarheid is een voordeel, maar vraagt wel om een eetpatroon dat niet van week tot week omslaat.

Zo check je of dit voor jou relevant is

Slik je een bloedverdunner en weet je niet zeker of het om een vitamine K-antagonist gaat, kijk dan op je medicijnendoosje of vraag het na bij de apotheek. Gebruikers van acenocoumarol, fenprocoumon of warfarine vallen hieronder. Bij de nieuwere bloedverdunners zoals apixaban, rivaroxaban of dabigatran speelt vitamine K nauwelijks een rol, dus daar hoef je je eetpatroon niet op aan te passen.

Twijfel je over een tekort aan een ander voedingsstofje in je dieet, dan is dat artikel over het mineraal dat bij veel Nederlanders ontbreekt ook het lezen waard. Voeding blijft een optelsom van kleine keuzes, en juist bij medicijngebruik loont het om te weten welke keuzes er echt toe doen.

S
Geschreven door Samira Benali Gezondheidsredacteur

Samira ontdekte haar passie voor gezondheid toen ze als studente psychologie last kreeg van chronische vermoeidheid en via trial-and-error leerde hoe enorm de impact van voeding, beweging en slaap op je mentale gezondheid is. Die persoonlijke ervaring dreef haar naar een aanvullende opleiding orthomoleculaire voeding en uiteindelijk naar het schrijven over gezondheid voor een breed publiek. Ze combineert wetenschappelijke onderbouwing met persoonlijke verhalen en schrijft op een manier die complex medisch jargon vertaalt naar begrijpelijke taal zonder de nuance te verliezen. Ze is kritisch op hypes en wondermiddelen en heeft er een handje van om populaire gezondheids-claims door te prikken met onderzoeksresultaten. Haar artikelen lezen als een gesprek met een slimme vriendin die toevallig heel veel weet over hoe je lichaam werkt.